Mijn eerste inspiratiebron (deel 6)

In mijn biografie beschrijf ik een stukje van mijn verleden. Hierin doe ik uit de doeken, hoe ik ooit in aanraking kwam met fotografie. Ik noem daarin met name mijn oudoom Arnold (Nol) Pepermans. Eind 2007 is hij overleden. En eigenlijk heb ik hem nooit kunnen vertellen wat hij, fotografisch gezien, voor invloed heeft gehad op mij. Laat staan dat ik hem heb kunnen bedanken daarvoor. Daarnaast weet ik eigenlijk ook maar weinig van hem uit de periode voor mijn geboorte.

Als een soort ode aan hem, wil ik dit rechtzetten met een serie van blogs over hem, over zijn leven en over wat hij voor mij betekend heeft.

Vandaag deel 6 van deze serie: Verder op zoek naar zijn verleden. Ome Nol zelf aan het woord.

Zoektocht (deel 2)

Schrijver Ton van Reen schreef een boek Achterom Binnen, waarvoor hij ook Nol Pepermans interviewde. Hieronder is hij zelf aan het woord.

Jaar 1973

Nol Pepermans, Hoensbroek. Geboren 4 oktober 1920 in Hoensbroek.

Mijn vader is geboren in Zevenbergen, maar hij is al jong in de steenkolenmijnen gaan werken. Aanvankelijk in Winterslag, België, later op de staatsmijn Emma in Hoensbroek.

Hoewel mijn vader mijnwerker was, zag het er voor mij aanvankelijk niet naar uit dat ik hem zou volgen. Toen ik vijftien was, was wielrennen mijn hobby. In België waren vrije koersen waar ik meer verdiende met fietsen dan hier met werken. Maar toen kwam de oorlog en in 1939 ging de grens dicht. Er zat niets anders op dan naar de mijn te gaan. Ik had het idee dat de oorlog spoedig zou zijn afgelopen, maar dat liep anders. Bovendien ontmoette ik Truus Wessels. In 1941 trouwden we. We kregen drie kinderen, dus met de spielerei was het afgelopen.

In de mijn begon ik als sleper, na een jaar werd ik post-sleper. Dat betekende dat ik aan het kolenfront werkte, tussen twee houwers in. Na een paar jaar werd ik hulphouwer en vervolgens houwer. Op een dag zat er een briefje op de penning, dat was op de mijn de manier van communiceren, of ik me wilde melden bij de meester-opzichter. Tot mijn verbazing vroeg hij me of ik naar de mijnschool wilde. Daar heb ik natuurlijk geen moment aan getwijfeld. Via een aspirant-cursus kwam ik op de mijnschool. Na vier jaar slaagde ik, in 1947, voor het opzichtersexamen. Dat betekende dat ik meteen bevorderd werd tot meester-houwer en als hulp van een opzichter werd ingezet. Na een jaar werd ik opzichter. Later werd ik afdelingsopzichter, de baas van alle sjiechten.

In de jaren vijftig kreeg ik acute reuma, waardoor ik tijdelijk uitgeschakeld was. Om de tijd te doden ben ik met fotograferen begonnen.

Tot 1975 ben ik ondergronds op de Emma gebleven, tot de laatste dag. Ik heb meegewerkt aan de sluiting ondergronds in 1975, tot en met het dichten van de schachten.

Pas in 1973, toen al zeker was dat de mijn dicht ging, kreeg ik toestemming om ondergronds te fotograferen. Dat was uniek. Fotograferen was verboden, want de flitsen konden explosies van mijngas veroorzaken. Ik heb toen een hele week beneden gefotografeerd, alles zonder flits of belichtingsmeter. Op goed geluk. En bovengronds de mijnwerkers in het badlokaal, zoals Ben van Leeuwaarden die zich aan het inzepen is. De foto’s zijn fantastisch gelukt. Ik exposeer er nu nog altijd mee.

nol_kleedlokaal

Nol in het kleedlokaal van de mijn.

Overzicht van alle verschenen artikelen in deze reeks: